R.K.S.V. Woensel

                                                          Eindhoven                              Opgericht in 1928

 

 

Jeugdplan   Woensel

 

 

2004

 

 

VOORWOORD

 

 

Onder de titel “JEUGDPLAN WOENSEL 2004 “ wordt het jaar 2004 gestart met de invulling en het bezien van de mogelijkheden van dit plan , om in het seizoen 2004-2005 tot invoering en uitvoering van een algemeen jeugdbeleidsplan te komen bij onze vereniging.

Het idee achter dit jeugdplan is gebaseerd op het voornemen om alle zaken met betrekking tot de jeugd voor eens en hopelijk voor altijd te regelen. Dit is natuurlijk een goed streven,maar door alles op papier te zetten is niet direct alles voor mekaar. Het is slechts een middel om structuur aan te brengen,waardoor het geven van leiding aan trainers en leiders en niet in de laatste plaats aan spelers vereenvoudigd wordt.Tevens is het jeugdplan gebaseerd op het gestructureerd omhoog brengen van het voetbal,training en begeleidingsniveau bij Woensel

 

Beschreven wordt de visie van onze vereniging op het jeugdvoetbal voor de komende jaren, de doelen die we nastreven en de meest –ideale- structuur (organisatie en uitvoer),die we daarbij denken nodig te hebben.Dit jeugdplan is niet bedoeld als een statisch,star document of als een geschreven wet, maar als een leidraad, een houvast om de komende jaren bij Woensel een betere, een efficiëntere jeugd afdeling te vormen,met als hoofddoel het jeugd voetbal van onze vereniging in een opwaartse spiraal te krijgen.

 

In dit jeugd plan wordt vaak uit gegaan van een optimale situatie, hetgeen bij Woensel(door onder andere beschikbare krachten) niet altijd te realiseren is. Waarom wordt er dan zo geschreven,zult U zich afvragen? De reden hiervoor is ,dat wij vinden dat er wel gedacht kan worden aan een optimale situatie…….U kunt dit zien als een streven van Woensel, waarbij met het werken met bij voorbeeld meerdere commissies wel een optimale situatie gerealiseerd kan worden. Verbeteringen in dit jeugdplan zijn dan ook ten alle tijden mogelijk,het is de bedoeling om uiteindelijk,met en voor, de hele vereniging, tot een praktisch en werkbaar jeugdplan te komen.

 

Veel van de beschreven stof in dit jeugdplan is tot stand gekomen door internetten,”pikken”bij andere verenigingen, scannen, plakken en knippen en op het laatst toch alles maar uit typen. Toch wil ik langs deze weg toch een bedankje uitspreken aan Harry Pelle,Rob Slegers en in het bijzonder aan Piet van der Wiel die mij geholpen hebben bij het tot stand komen van dit Jeugdplan.

 

Verder rest mij nog het enige U veel leesplezier toe te wensen,met de hoop dat we er met z’n allen iets van opsteken.Om er voor te zorgen dat onze vereniging in de toekomst gezond wordt en blijft, zullen wij als totaal jeugdkader ook in team verband moeten werken om de aanvoer van onze vereniging gesmeerd en gedisciplineerd te laten verlopen,want zoals het bekende gezegde zegt…….

 

 

Wie de jeugd heeft,heet de toekomst.

 

 

En hoe krijgen we die jeugd bij Woensel…………met hun ouders……………………………………..

 

 

 

 

Door duidelijkheid ,gezelligheid een beetje gras een goeie bal en twee doelen

en voor de ouders een geopend clubhuis

 

 

 

!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!Het recht voor ieder lid van een voetbalclub!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 

 

                                                                                                                            Kees Koek   leider D1

 

 

                              

 

 

Inleiding

 

 

 

De behoefte om bij Woensel een jeugdplan te maken komt voort uit de wens om bij de jeugd organisatie en structuur aan te brengen. De ouders , de spelers maar ook de bestuursleden en het overige jeugdkader wil gewoon eens duidelijk op papier hebben wat er gedaan moet worden,wie het moet doen en wanneer.Er is van uit onder anderen het jeugdkader de behoefte om overleg en vergaderingen gestroomlijnd te laten verlopen,maar vooral ook het formuleren en beter verdelen van taken is zeer wenselijk.

 

 

Een andere directe aanleiding voor het maken van een jeugdplan,is dat het niet zo goed gaat met onze jeugd afdeling.Voorbeelden zijn: mindere resultaten op laag niveau,spelers die stoppen met voetballen of naar een andere vereniging vertrekken, leden en talent gaan verloren.Er is geen door groei naar de senioren,training opkomst kan beter en soms ook onvoldoende deskundigheid. Het gevolg onder anderen hiervan is dat op den duur het kader minder gemotiveerd raakt, waar we natuurlijk voor willen en moeten waken! Vanuit deze situatie is er dus ook de behoefte aan een beleid verandering,gericht op onder meer de volgende vragen:

 

 

-              Wat willen we met de jeugd bereiken?

-              Voetballen,hoe leer je dat? Wat is onze visie?

-              Hoe motiveer ik mijn kader?(en kunnen we het dus eenvoudiger uitbreiden)

-              Hoe bevorder ik de deskundigheid van het kader?

-              Wat doen we met de terug loop van onze spelers? Hoe komt dat?

 

 

In principe is het jeugdplan bedoeld voor de hele vereniging.Wie er mee moeten werken hangt af van het deel van het jeugdplan dat bedoeld wordt.Het jeugdplan is globaal opgedeeld in twee hoofd delen.

 

 

-              Jeugdbeleidsplan (organisatie)  jeugdafdeling: bestemd voor het dagelijks Hoofdbestuur, het

jeugdbestuur en de leden van de eventuele commissies die direct te maken hebben met

de jeugd en die de beleidsveranderingen moeten onder steunen (b.v.public relations,neven activiteiten en anderen)

     

 

-              Jeugdopleidingsplan: bestemd voor de jeugdtrainers,jeugdleiders,de hoofdtrainer

en het jeugdbestuur.

 

 

De jeugdspelers nemen binnen de jeugdafdeling, maar zeker binnen de club,een centrale (de eerste ) plaats in, want zonder jeugdleden heeft een jeugd afdeling geen bestaansrecht en een vereniging geen vooruitzicht. Ook hier komt wederom het bekende gezegde om de hoek kijken;

“Wie de jeugd heeft………………………………..” vult U zelf maar verder in.

 

                                                             

 

2.                  STRUCTUUR JEUGDAFDELING

 

 

Het hoofdbestuur van RKSV Woensel is eind verantwoordelijk voor het hele jeugd gebeuren en besteedt de uitvoerende taken uit aan het jeugdbestuur. Het jeugd bestuur heeft een coördinerende,stimulerende,mede uitvoerende en controlerende taak.Het is belangrijk om binnen het jeugdbestuur taakverdelingen en procedureafspraken vast te leggen,zowel voor een goed functioneren van dit bestuur, als informatievoorziening naar de leden.

 

 

Het jeugdbestuur van RKSV Woensel bestaat uit een:

-            Voorzitter

-            Secretaris / Vice Voorzitter

-            Penningmeester

-            Hoofd Jeugdcoördinator

-            Hoofd activiteiten

 

 

Het jeugdbestuur behartigt de dagelijkse gang van zaken en vormt een schakel tussen het hoofdbestuur en overige kaderleden,zoals:commissieleden,teamleiders en trainers.

 

Zowel de commissies,het voetbaltechnisch kader,als de teambegeleiders zijn verantwoording “verschuldigd” aan het jeugd bestuur. Uiteraard kunnen meervoudige bezettingen door het kader plaats vinden. Bijvoorbeeld:de  trainer van de D-pupillen is lid van de toernooicommissie.

 

Het jeugdbestuur is op haar beurt “verantwoording verschuldigd” aan het hoofdbestuur.Dit betreft in het bijzonder de financiële kant.

 

 

            Het dagelijks jeugdbestuur

 

Bij RKSV Woensel zijn de taken binnen het jeugdbestuur als volgt verdeeld:

 

2.1.1              Taken Voorzitter:

 

.    Heeft zitting in het hoofdbestuur.

.    Het jeugd voetbal bij Woensel stimuleren(onder de aandacht brengen).

.    Bereidt vergaderingen voor met eigenbestuur,commissies,voetbaltechnisch kader en

     teambegeleiders.

.    Zit deze vergaderingen voor.

.    Werving nieuw kader .

.    Houdt zich op de hoogte van voetbal ontwikkelingen buiten eigen vereniging.

.    Strafzaken( in overleg met hoofd jeugdcoördinator).

.    Ondersteunende functie in de breedste zin van het woord.

 

2.1.2.                 Taken Secretaris

 

.     Behandelt in- en uitgaande post.

.     Stelt in samenwerking met de voorzitter agenda samen voor alle noodzakelijke bijeenkomsten.

.     Maakt notulen van die bijeenkomsten.

.     Houdt het archief bij.

.     Zorgt voor de administratieve afwikkeling van de wekelijkse wedstrijden.

.     Berichten naar media,publicaties in clubblad i.s.m. voorzitter.

.     Jeugd teams stimuleren voor inleveren kopie clubblad. 

 

 

2.1.3            Taken Penningmeester:

 

 

.          Stelt in samenwerking met andere bestuursleden de jaarlijkse begroting samen.

.          Regelt de inkomsten en uitgaven.

.          Attenties spelers / medewerkers (bij blessure,ziekte,overlijden,stoppen,enz ).

.          Betaling festiviteiten,reisjes, enz

.          Houdt kas- bankboek bij.

.          Beheer sleutels van de accommodatie(wie heeft welke sleutels).

.          Beheer/aanschaf  tenue,trainingspakken  en leidersjassen.

.          Stimuleren eigen vervoer.

 

 

 

2.2                  Commissies

 

 

2.2.1.                     Technische commissie.

 

De technische commissie wordt geleid door de Hoofd jeugdcoördinator,die zitting heeft in het jeugdbestuur.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                      

                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                De hoofd jeugdcoördinator beschrijft,bewaakt en stuurt de technische voetbalopleiding. Hij is bevoegd beslissingen te nemen aangaande het totale voetbaltechnische gebeuren,wordt als zodanig hiervan op de hoogte gehouden,en heeft een beslissende stem. Hij geeft ondersteuning en advies aan trainers en of leiders (indien nodig)op voetbaltechnisch gebieden heeft het rechtop aanwezigheid en het geven van adviezen(ook correcties) tijdens trainingen,besprekingen en wedstrijden van alle jeugdteams van Woensel .

 

De technische commissie bestaat vooral uit een periodiek overleg tussen de hoofdjeugdcoördinator,trainers en eventueel een (ander) gedelegeerd jeugdbestuurslid. De voornaamste taken van dit overleg zijn:

 

 

.      Het bewaken van het Jeugdopleidingsplan.

.      Gezamenlijk opstellen van een voorbereidingsprogramma.

.      Het samenstellen?selecteren van de teams.

.      Het maken van een sterkte?zwakte analyse per speler aan het einde van iedere competitie.

.      Organiseren van ouderavonden / bijeenkomsten.

 

 

Specifieke taken van de hoofdjeugdcoördinator i.s.m. jeugdcoördinators (jongens en meisjes)

 

.       Indeling/begeleiding van bestaand kader ( werving daarvan).

.       Stimuleren tot opleidingen.

.        Doorgeven afgelastingen naar leiders en tegenstanders.

.        Scheidsrechters regelen in overleg met leiders.

.        Regelen vriendschappelijke wedstrijden.

.        Inschrijving toernooien.

.        Contacten met scouts (KNVB).

.         Het bezoeken van trainingen en wedstrijden van alle jeugdteams.

.        Het leiden van trainersbijeenkomsten waarin de voetbal opleiding voortdurend geëvalueerd wordt en waarin de samenstelling selectie van de teams geregeld wordt.

.        Het bijhouden van vak literatuur en zorgen voor verspreiding van zaken die hij relevant acht voor de trainers.

.         Afspraken maken over de door stroming van a-junioren naar de senioren.    

 

 

                  De jeugdtrainers, die dus ook deel uit maken van de technische commissie, hebben de volgende taken:

 

.    Het verzorgen van de trainingen voor de betreffende teams,waarbij de oefenstof dusdanig gekozen

     moet worden dat de doelstellingen voor de betreffende leeftijdsgroep in de loop van het voetbal-

     seizoen bereikt kunnen worden.

.    Verantwoordelijk voor een plezierige voetbalopleiding en een goede vooruitgang van zijn

     jeugdspelers op voetbaltechnisch en voetbaltactisch gebied.

.    Het coachen van de wedstrijd.

.    Overleg voeren met begeleiders en de jeugdcoördinator.

.    Bezoeken van de trainersbijeenkomsten onder leiding van de jeugdcoördinator

 

 

2.2.2.                  Activiteiten Commissie

 

 

Onze vereniging moet voor de jeugd aantrekkelijk zijn en blijven,dus in het aanbieden van nevenactiviteiten een absolute must.Met neven activiteiten worden bedoeld: alle activiteiten naast het sporten, gericht op het feit dat spelers zich verbonden moeten voelen met onze vereniging. Leden binden aan onze club betekent dat leden zich thuis voelen, een prettige sfeer ervaren en buiten het sporten om contacten met andere leden kunnen leggen. Het organiseren van nevenactiviteiten gebeurt door een aparte commissie. Deze commissie wordt geleidt door het Hoofd Activiteitencommissie´´die tevens plaats neemt in het jeugdbestuur. Het is wenselijk dat deze commissie minimaal uit een 5 tal personen bestaat(kunnen b.v. ook ouders,verzorgers of grootouders zijn). Uiteraard dient er overleg en afstemming te zijn van eventuele activiteiten met de activiteitencommissie van de senioren.

 

De voornaamste taken van de Activiteiten Commissie zijn:

 

.     Organiseren van nevenactiviteiten, uitgaande van wensen en behoeften van de jeugdleden.

.     Verbeteren van de sfeer tussen jeugdleden.

.     Iets extra’s doen bij kampioenschappen en promoties.

.     “Verantwoorden” van de jaarlijkse activiteiten aan het jeugd bestuur.

.     Het zorgen voor de “bemanning” van de activiteiten.

.     Het verzorgen van activiteiten bij afgelastingen.

.     Eventuele werving activiteiten.

.     Vakantie activiteiten aanbieden.

.     Publicaties in het clubblad met betrekking tot de activiteiten.

.     Pupil van de week.

 

Activiteiten kunnen zijn:

 

.      Jeugdkamp/Fietskamp.

.      Dank je wel avond voor jeugdleiders/trainers en medewerkers.

.      Vriendjesdag.

.      Feest avond/ Instuif/ Disco.

.      Speurtocht met friet of pannenkoeken.

.      Organiseren eigen toernooien.

.      Uitwisseling dag met andere verenigingen.

.      Spellenmiddag/zeskamp/bingo.

.      Uitroeping speler/team/leider van het jaar.

.      Bezoek topclub of topwedstrijd (P:S:V:,Eindhoven).

.      Schoonmaak accommodatie met een gezamenlijke lunch

.      Ophalen lege statiegeld flessen voor de club.

.      Zwemmem/Golfen.

.      Sinterklaas/Carnaval/eieren zoeken enz. enz.

 

 

 

 

2.2.3                                       Accommodatie Commissie

 

 

 

Ook deze commissie wordt voorgezeten door een jeugd bestuurslid,bij voorkeur de secretaris. De voornaamste taak van deze commissie is het soepel laten verlopen van de thuis wedstrijden op zaterdag. Om dit goed ( en om toerbeurt ) te kunnen doen is het wenselijk dat deze commissie uit minimaal 4 personen bestaat. De voornaamste taken zijn:

 

 

 

.      In het oog houden van de accommodatie ( vernielingen,enz,enz).

.      Wedstrijdzorg op zaterdagen:

-          openen en sluiten accommodatie(sleutels).

-          Toewijzing velden en kleedlokalen.

-          Klaarzetten/opruimen kleine doelen E en F.

-          Beheer ballen( uitgeven en innemen intrap ballen ).

-          Thee zetten eventueel verzorgen limonade.

-          Waken over schoon en opgeruimd houden van de kleedlokalen.

.      Letten op aanwezigheid van de scheidsrechters ( anders bellen )

.      Tegenstanders ontvangen en inlichtingen verstreken

.      Leiders ontvangen met koffie of thee.

 

 

 

 

 

 

2.3.                  Jeugdleiders.

 

 

De jeugdleiders zullen garant moeten staan voor een optimale begeleiding van de aan hen toevertrouwde jeugdspelers. Zij maken onder meer keuzes omtrent de opstelling,aanvullende afspraken,het kiezen van de aanvoerder in het team,het “lenen” van spelers enz enz.

Ervoor zorgen dat alle spelers het goed naar hun zin hebben en er ordentelijk uitzien is een voorname taak van de jeugdleider.

 

 

 

Belangrijkste taken voor de jeugdteamleiders(op zaterdag) van de zeven- en elftallen zijn:

 

 

.        Bezoeken van de trainingen van het eigen team.

.        Werken aan een goed gedrag van de spelers.

.        De spelers op de hoogte houden van vertrek en aanvangstijden van de wedstrijden.

.        Zorgen voor vervoer naar uitwedstrijden.

.        Contact met de ouders/verzorgers onderhouden via een schrijven of nog liever een

         persoonlijk contact.

.        Begeleiden tijdens de wedstrijd c.q. coachen.

.        “Lenen” van spelers in samenspraak met de jeugdcoördinator.

.        Indien nodig fungeren als scheids- grensrechter.

.        Regelt het wassen van de tenues om toerbeurt door de ouders/verzorgers.

.        Bezoeken van de vergaderingen voor leiders.

.        Wedstrijd formulieren invullen.

 

 

 

 

2.4.              Jeugdspelers

 

 

Binnen de jeugdopleiding van Woensel is het belangrijk om goede afspraken te maken met de jeugdspelers vanaf de D-jeugd. Bij E- en F jeugd kan dit nog beter met de ouders/verzorgers gedaan worden.Deze afspraken worden door de trainer en de leiders met de spelers ( A-,B-,C-,enD jeugd ) besproken in een team gesprek(b.v. tijdens de eerste training ) waarbij alle spelers van de groep aanwezig zijn.

 

 

 

Voor het teamgesprek zal tamelijk veel tijd moeten worden uitgetrokken,zodat de afspraken goed en rustig worden door gesproken. Belangrijk is ook de reacties en meningen van de spelers te laten gelden en hen in het gesprek actief te betrekken Na afloop van het teamgesprek moeten de afspraken volledig duidelijk zijn, zodat in de begeleiding gedurende de rest van het seizoen steeds consequent naar het geen is besproken kan worden terug verwezen. Het gesprek is een belangrijk onderdeel in ons streven naar een optimale begeleiding van onze jeugdspelers. De gemaakte afspraken dienen op papier te worden gezet en aan de spelers ( of ouders/verzorgers ) uitgedeeld te worden.

 

 

 

 

De afspraken met de spelers  hebben voornamelijk betrekking op de volgende drie zaken.

 

 

2.4.1.        Trainingen

 

 

.         Afmelden ruim van tevoren bij de trainer(bij voorkeur een adres en telefoonnummer)

          uiteraard zo min mogelijk.

.         Bij niet afmelden volgt na de eerste keer geen schorsing/alternatieve “straf”; maar wordt

          er met de speler op een correcte manier gepraat over het probleem.

.         Bij herhaaldelijk niet afmelden kan worden overgegaan tot een schorsing/alternatieve “straf”.

.         Afmelden is een fatsoen kwestie, want voetbal is een teamsport.

.         Trainers materiaal wordt door de trainers klaar gelegd en mee genomen naar het veld

          (eventueel kunnen de spelers de trainer helpen).

.         Er komen GEEN spelers in het materiaalhok om materialen te halen.

.         Ballen gaan in een groot ballennet, zodat naafloop het aantal gemakkelijk kan worden

          gecontroleerd.

.         Het training materiaal kan na afloop snel worden terug gelegd door de spelers onder

          een toeziend oog van de trainer.

.         Alle spelers zijn minimaal een kwartier voor de aanvang van de training aanwezig, zodat

          rustig kan worden omgekleed.

.         Spelers die klaar zijn met omkleden,krijgen zodra zij op het veld zijn en de eigen trainer

          aanwezig is een bal om alvast te gaan voetballen.

.         Alle spelers zorgen voor degelijke en gemakkelijke sportkleding( geen spijkerbroeken

          bermuda’s, petjes of geitenwollen sokken).

.         Per training wordt er door de trainer een werk groepje aan gesteld,dat er zorg voor draagt

          dat alles netjes wordt achtergelaten.

.         Spelers( en ouders/ verzorgers ) worden er op gewezen zorg te dragen voor een goede

          verzorging van zichzelf en van hun kinderen.

 

-            Hierbij gelden vooral als aandachtspunten het douchen na een training en het dragen

-            Van badslippers in het kleed lokaal. Zeker voor wat betreft het douchen, dit zullen wij als vereniging vanaf de D-jeugd “ verplicht “ gaan stellen.

 

 

 

2.4.2.              Wedstrijden.

 

.        Afmelden voor wedstrijden moet tot hoge uitzondering behoren, voetbal is een teamsport

.        Afmelden dient te gebeuren bij de teamleider

.        Indien er verzuimd wordt af te melden voor een wedstrijd volgt in overleg met het jeugdbestuur

         een door de teamleider te bepalen schorsing/alternatieve “straf”,tenzij achteraf een geldig

         excuus gegeven kan worden.

.        De teamleider geeft zijn beslissing door aan de technische commissie c.q. jeugdcoördinator

         en deze stelt de ouders op de hoogte van het gebeurde.

.        In alle leeftijd groepen geldt: iedere speler krijgt ongeveer even veel speel minuten,

         uitzonderingen hierop kunnen de eerste teams van iedere leeftijdsgroep(A,B,C, en D) zijn

         i.v.b. prestatie gerichtheid.Hier over dienen voor aanvang van het seizoen wel afspraken te zijn

         gemaakt.

.        Voor A,B, en C spelers geldt de  regel om minimaal drie kwartier voor aanvang van een

         thuiswedstrijd  aanwezig te zijn.

.        D spelers dienen een half uur voor aanvang aanwezig te zijn van thuis wedstrijden.

.        E- en F spelers dienen ook een half uur voor een thuis wedstrijd aanwezig te zijn.

.        Bij uit wedstrijden dienen alle spelers minimaal tien minuten voor het afgesproken

         vertrek tijdstip op het sportpark aanwezig te zijn.

.        Douchen na de wedstrijd is enorm belangrijk.

 

 

2.4.3.              Gedrag en Omgang

 

 

.         We benaderen elkaar ten alle tijden op een positieve manier,binnen een teamsport is dat

          zeer belangrijk.

.         Iedereen is open en eerlijk tegen over een ander,als een speler of een trainer/leider iets niet                                                                                                     

          bevalt moet hij/zij daar op het juiste moment op de juiste plaats en met de juiste

          persoon over praten.

.         Jeugd spelers spreken de trainer/leider bij de voornaam aan.

.         Grof taal gebruik,ruzie maken en vernielingen aanbrengen ,zal door de trainers en leiders hard

          worden aangepakt.

.         Voetbal en studie moeten samen kunnen gaan.

.         Iedereen ruimt zijn eigen rommel op.

.         Blijf niet hangen in de kleedlokalen.

.         Niet roken voor(in sporttenue), en al helemaal niet in, de kleed lokalen.

.         Een ieder dient zich tijdens uit- en thuiswedstrijden aan de (verkeer) regels te houden bij de

          betreffende club.

.         Ook voetbalschoenen dienen onderhouden te worden´´

 

 

 

           Zie Appendix 111      “Normen en Waarden binnen R.K.S.V.Woensel

 

 

 

 

Uiteraard kunnen de trainer en leider hun persoonlijke wensen ook nog hier aan toevoegen

Hier gelden onder andere verwachtingen t.a.v. prestatie en plaats op de ranglijst, verwachtingen

omtrent sfeer binnen het team, training opkomst, inzet tijdens trainingen en wedstrijden, leer proces in het seizoen, afspraken over bijvoor beeld het schrijven van wedstrijdverslagen in het clubblad,het aanvoerderschap binnen een team,het verzorgen van de voetbalschoenen,prijsje voor die gene die het meeste  getraind heeft enz enz.Dit gedeelte wordt door de trainer/ leider zelf ingevuld en door gespeeld naar de spelers c.q. ouders/verzorgers.

 

 

 

 

 

3.                 HET  JEUGDOPLEIDINGSPLAN

 

3. 1     Algemeen

 

 

Bij alle jeugdteams van Woensel willen we de nadruk leggen op de voetbalopleiding en zijn prestaties minder belangrijk. Als de voetbalopleiding goed is, zullen de prestaties vanzelf volgen. Echter, het is wel ons streven om met onze jeugdteams zo "hoog" mogelijk te spelen, zodat alle spelers bij de overstap naar de senioren een goede basis hebben en de competitie met veel van ons omringde verenigingen moeten aankunnen. Bovendien behoren de jeugdspelers op dat moment een goede wedstrijdmentaliteit en een sportieve instelling te hebben.

 

 

Training

 

Het zou, gezien onze doelstelling hierboven, wenselijk zijn voor iedere leeftijdsgroep een gediplomeerde trainer aan te trekken. Echter, realistisch gezien is dit voor Woensel waarschijnlijk een onhaalbare kaart.

De jeugdopleiding zoekt voor haar teams naar "vrijwilligers" die ons inziens Qua kennis en ervaring zo weinig mogelijk onderdoen voor de zgn. "echte" trainers. Uiteraard bieden wij deze "vrijwilligers" (mede dankzij de deelnemers van ons JEUGDSPONSORPLAN) wel ruim de mogelijkheid één of meerdere cursussen / opleidingen te volgen(b.v. JVT - JVSL). Voor informatie hieromtrent kunt U zich wenden tot het jeugdbestuur.

 

Het uitvoeren van een jeugdopleidingsplan vereist een nauwe samenwerking tussen trainers en vooral een zelfde visie op jeugdvoetbal. Daarnaast is het wenselijk dat de trainers niet altijd "meegaan" met de groep, zodat de jeugdspelers niet meerdere jaren dezelfde (eenzijdige) training krijgen.

 

De duur van een training wordt gebaseerd op de duur van de wedstrijden in de verschillende leeftijdscategorieën. De trainingsfrequentie per categorie hangt "helaas" sterk samen met het voorhanden liggende kader en de beschikbare accommodatie. Toch zou er "minimaal" als volgt getraind moeten worden:

 

-                      F-  jeugd:  1 uur training per week tot uiterlijk 19.00 uur.

-                      E - jeugd:  1½ uur training per week tot uiterlijk 19.30 uur.

-                      D - jeugd:  1½ uur training per week tot uiterlijk 20.15 uur. (liefst 2x 1 uur)

-                      C - jeugd:  1½ uur training per week tot uiterlijk 20.30 uur. (liefst 2x 1¼ uur)

-                      B - jeugd:  1½ uur training per week tot uiterlijk 21.00 uur. (liefst 2x 1½ uur)

-                      A - jeugd:  tweemaal 1½ uur training per week tot uiterlijk 21.30 uur.       

 

Voor iedere categorie en voor elke keeper is trainingsstof verkrijgbaar bij het jeugdbestuur.

 

Beoordelen ?

 

Tweemaal per jaar worden de spelers beoordeeld: in de winterstop en aan het einde van het seizoen.

De doelstellingen achter de spelersbeoordeling bij Woensel zijn:

 

·                     Als trainer heb je voor jezelf op een rijtje gezet hoe je spelers functioneren.

·                     De spelersbeoordeling wordt gebruikt bij overleg tussen trainers over spelers, bijvoorbeeld bij (vervroegd) overgaan naar een hoger team.

·                     Over een aantal jaren kan gekeken worden naar de ontwikkeling van de spelers.

 

Zie Appendix II voor het bij Woensel gehanteerde beoordelingsformulier.

 

 

 

 

 

Selecteren ?

 

De teamindeling binnen de jeugdopleiding wordt in eerste instantie gebaseerd op de leeftijd van de spelers.

Dit om de spelers zoveel mogelijk met vrienden en klasgenoten te laten samenspelen, hetgeen een positieve uitwerking kan hebben op het plezier in het spel. Pas als er binnen een bepaalde leeftijdscategorie teveel spelers van dezelfde leeftijd rondlopen gaan we over op een vorm van selecteren, dit zal echter niet eerder gebeuren dan vanaf de E- jeugd !  Dit doen we omdat een speler er niet bij gebaat is als hij te laag of te hoog wordt ingedeeld.

 

Vooral te laag indelen (van talentvolle spelers) heeft een negatieve, remmende werking in de vooruitgang van de spelers. Naast leeftijd en kwaliteit is een derde selectiecriterium de fysieke en mentale gesteldheid van de spelers (b.v. is iemand heel groot of juist heel klein voor zijn leeftijd). Voor alle teams worden tijdens de winterstop en aan het einde van het seizoen (in mei), in overleg met de betrokken jeugdtrainers en leiders, de nieuwe teamindelingen besproken en uiteindelijk bekendgemaakt.

 

Overgang naar de senioren !

 

Uiteraard hoort bij een goede jeugdopleiding ook de zorg voor een goede overgang naar de senioren.

Het is van groot belang de talentvolle spelers tijdig te laten "proeven" aan het seniorenvoetbal. Dit is o.a. te realiseren door deze spelers mee te laten spelen in oefenwedstrijden van het 1ste en 2de team. Een andere mogelijkheid is het laten meetrainen (1x per week) van deze spelers met de selectie, eventueel pas vanaf de winterstop.

 

Ook aan de groep "mindere" spelers dienen we serieus aandacht te besteden. Zij moeten niet het gevoel krijgen er maar "bij te hangen". We moeten er voor zorgen dat deze spelers voor Woensel en de voetbalsport niet verloren gaan, zij bepalen ook het gezicht van onze vereniging, dus

 

-                      tijdig een gesprek regelen tussen deze spelers en de coördinator bij de senioren.

-                      Bij het indelen rekening houden met wensen van deze spelers en mogelijkheden bij de senioren.

-                      Zorgen voor goede trainingsmogelijkheden, ook voor de lagere seniorenteams.

 

3.2             Pupillen

 

De training voor de F-, E- en D- pupillen  hoort in het teken te staan van balgewenning en wedstrijdgewenning. Voor de allerkleinste (F en eerstejaars E- jeugd) is de bal nog de grootste weerstand.

Nadruk bij deze categorie hoort te liggen op veel spelvormen met de bal en veel beweging. Spelenderwijs de technieken onder de knie krijgen, vooral het passen en trappen (dribbelen en drijven) zijn belangrijk.

 

Bij tweedejaars E- en bij de D- pupillen hoort in het teken te staan van balgewenning om weerstanden als medespeler en tegenstander nadrukkelijker in te passen. De nadruk verschuift bij deze categorie al iets naar het positiespel en het samenspelen. 

 

Tot slot moet je deze spelertjes nog zoveel mogelijk hun "gang" laten gaan. Stimuleer en versterk een bepaald talent (keepen, dribbelen, veel lopen, etc.). Leer ze geen dingen af die ze van nature juist heel graag doen. Maak niet allemaal dezelfde voetballers (robots), daarvan lopen er in het huidige voetbal helaas teveel rond.

 

 

 

3.2.1       De F-pupillen

 

 

 

Kenmerken:

 

 

Dit is de groep allerkleinsten, de spelers zijn 6- tot 8 jaar, maar het komt zelfs voor dat er al door vijfjarigen wordt meegetraind. De spelertjes zijn spontaan en hebben een grote bewegingsdrang. Voor deze allerkleinste is de bal nog de grootste weerstand, die zijn ze nog niet "de baas". De bal- en lichaamscoördinatie zijn over het algemeen nog slecht en de bedoelingen van het spel zijn nog onduidelijker.

 

 

 

De F- pupillen leren vooral door het opdoen van bewegingservaring en het kijken ernaar. Veel meer dan door te luisteren naar wat de trainer te zeggen heeft. Dit komt omdat de concentratie zeer gering is, en ze vaak helemaal opgaan in het spel. Het "team idee" leeft nog niet en men is over het algemeen individueel bezig.

Het allerbelangrijkste bij deze spelertjes is echter  nog altijd het speelse en het plezier dat ze in het voetbal willen en moeten beleven. De training voor de F- pupillen staat in het teken van balgewenning. Voor de allerkleinste is de bal nog de grootste weerstand. Uitgangspunten voor de training zijn:

 

 

 

·                     Veel vormen met de bal (altijd een bal aan de voet) en veel beweging, dus niet te lang stil laten staan.

·                     Gezien de geringe concentratie op deze leeftijd, geen ingewikkelde oefenvormen en geen lange verhalen.

·                     Veel afwisseling, trainingen kunnen zonder problemen achter elkaar herhaald worden.

·                     Het omgaan met de bal moet steeds centraal staan. Spelenderwijs de technieken onder de knie krijgen. Vooral het passen en trappen.

·                     Het moeten winnen is absoluut niet belangrijk en kan zelfs belemmerend werken.  Wedstrijdmentaliteit komt vanzelf, het plezier komt op de eerste plaats.

 

 

 

Zoals gezegd is het "de baas" worden over de bal zeer belangrijk voor de F- pupillen. Voor wat betreft het aanleren van bal- en lichaamstechniek zijn het dribbelen /drijven en het passen /trappen  dan ook de belangrijkste onderdelen, daarvoor moeten ze echter wel zoveel mogelijk de bal "hebben".  Dus, kleine partijtjes (bijvoorbeeld 2 tegen 2) waarin veel gescoord kan worden (grote doelen, succes beleven) en waarin de spelers veelvuldig aan de bal zijn.

 

 

 

Doelstelling:

 

 

·                     Ontwikkelen van balgevoel / lichaamscoördinatie (gooien, vangen, trappen enz. ).

·                     Aanleren van de basistechnieken dribbelen / drijven en passen / trappen in speelse oefenvormen.

·                     Aanleren van de eenvoudigste spelregels: de inworp, de hoekschop, de vrije trap.

 

 

 

3.2.2       De E-pupillen

 

 

Kenmerken:

 

 

De kenmerken van de leeftijdscategorie van de E -pupillen  (8 tot 10 jaar) komen voor een groot gedeelte overeen met die van de F- pupillen. De spelertjes zijn nog altijd spontaan en hebben een grote bewegingsdrang. Echter, bij de E- pupillen  is het lichaam al iets meer geschikt voor het aanleren van allerlei vaardigheden. Zij zijn al wat meer "de baas" over de bal. Ook de coördinatie is al wat beter en de bedoelingen van het spel zijn al duidelijker, zodat ze wat beter op elkaar gaan letten. Er ontwikkelt zich soms ook al een voorkeur.

Zo ontstaan er keepers en "echte" spitsen.

 

 

Langzamerhand gaat ook het "team idee" leven, in het spelgedrag wordt dat al snel zichtbaar. Het individueel bezig zijn, wat je nog zo sterk bij de F- pupillen ziet, verandert beetje bij beetje in het steeds meer samen willen doen (althans bij de meeste).

 

 

Goed leren samen spelen kan alleen geleerd worden in vormen waarbij er weerstanden zijn.

Samen spelen zonder tegenstander heeft nauwelijks zin. Het samen spelen in een 11 : 11 of 7 : 7 situatie is voor veel spelers te onoverzichtelijk en dus te moeilijk.. Daarom moeten we vereenvoudigen tot positiespelen  van 1:1, 3:1, 4:2 en partij spelen  van hooguit 5:5.  Hierbij is het spel overzichtelijk voor de speler en wordt er sneller geleerd.  Daarnaast is het hebben van veel wisselende balcontacten voorwaarde voor het voetballeerproces.

Dit lukt beter in kleinere positie en partijspelen  dan in het 11 : 11.

 

 

De training voor deze  groep hoeft ook niet steeds anders te zijn. Herhalen van veel dezelfde vormen is de basis voor beter te leren voetballen.

 

 

Uitgangspunten voor de trainingen zijn:

 

 

·                     Het omgaan met de bal en balcoördinatie (technische vaardigheden) moeten centraal staan .

·                     Geen strak voorgeschreven oefenvormen, maar juist spelvormen, zodat de speler zijn fantasie en creativiteit kan ontwikkelen.

·                     Veel aan de bal zijn, motoriek verbeteren.

·                     Voor spelers geldt geldingsdrang, wedstrijd en prestatie worden belangrijker.

 

 

Doelstelling:

 

·                     Verder ontwikkelen van het balgevoel / bal coördinatie.

·                     Verbeteren van de basistechnieken vanuit dribbelen / drijven en passen / trappen.

·                     Het aanleren van nieuwe basistechnieken, verwerken van de bal en jongleren.

·                     Aanleren van eenvoudige zaken zoals vrijlopen, overspelen (samenspel), de bal afpakken (verdedigen)

·                     Doorvoeren van de in de F- jeugd aangeleerde spelregels.

 

 

 

3.2.3       De D- pupillen

 

 

Kenmerken:

 

 

In deze leeftijdsfase moet duidelijk worden dat het samenspelen de basis is van het voetbalspel. Dat daarbij individuele kwaliteiten nodig zijn bepaalt mede het niveau van het samenspel. Veel oefenvormen met de bal blijven ook bij deze groep centraal. Daarnaast dient het grootste deel van de training zijn beslag te krijgen in positie- en partijspelen, waarbij aan het samenspel en het creëren van kansen nadrukkelijker gedacht moet worden.

 

 

 

Bij de 10- tot 12 jarigen breekt duidelijk een nieuwe periode aan. De spelers zijn goed gebouwd, hebben een goede coördinatie en kunnen al veel meer concentratie opbrengen dan bij de F- en de E- pupillen het geval is. Ideaal dus voor het aanleren van alle technische vaardigheden.  De bewegingsdrang is in het algemeen nog steeds groot en ze kunnen zich al beter aan bepaalde gedragsregels houden.  De D- speler voelt dat ook bij zichzelf, dus kun je zeggen dat er in deze leeftijdscategorie sprake is van een ideaal leerklimaat.

 

 

De trainer moet bij de D- jeugd zijn slag slaan!

 

 

De D- pupillen zijn leergierig en willen vaak het hoogste bereiken. Bepaalde oefenvormen of spelen kunnen ze al wat langer volhouden en ze zien er het nut van in. De relatie met de wedstrijd is voor deze groep in grote lijnen duidelijk.

Ze zijn al prestatiegericht en zetten zich voor 100% in, hoewel ze hun speelse instelling nog kunnen hebben en ze hun krachten nog niet goed kunnen verdelen. Dit betekent dat de training afwisselend moet zijn en dat de spelers de gelegenheid moeten hebben om te bewegen. Dus niet stilstaan in een rij of lange verhalen moeten aanhoren van de trainer. Wat dit laatste betreft lijken ze nog op de E- pupillen. Het belangrijkste is dat het samenspel en het beleven van plezier daaraan, gestalte gaat krijgen. De groepspresentatie gaat een rol spelen.

 

 

De D- pupillen spelen voor het eerst op een groot veld, zodat het wennen aan de posities veel aandacht behoeft en om niet te vergeten zeker de buitenspelregel. Dit kan het beste bereikt worden door het spelen van veel wedstrijden. Op de training zullen de specifieke vaardigheden, zoals het dribbelen en drijven, het passen en trappen, het verwerken van de bal in relatie met het voetbal moeten worden verbeterd. Een voorbeeld is het spelen van de bal met de binnenkant of de buitenkant van de voet en het aannemen van een onzuivere bal of een bal met effect. Belangrijke vaardigheid wordt nu ook het aannemen (stoppen) in al zijn vormen van de bal.

 

De positie- en de partijspelen vormen bij de D- pupillen het hoofdmenu. Daarbij kunnen de bedoelingen van het voetbal het best duidelijk gemaakt worden.  Enkele voorbeelden zijn:

 

 

 

·                     Hoe houden we de bal in bezit? Hoe gedragen medespelers zich ten opzichte van de balbezitter?

·                     Hoe wordt er vrijgelopen? Roepen de spelers op de juist manier naar elkaar?  De D- pupillen roepen vaak om de bal, terwijl dat eigenlijk niet kan.

·                     Hoe wordt er verdedigd?   Doet iedereen mee of zijn het steeds dezelfde spelers die het moeten doen?  

 

 

De D- pupillen moeten aan het eind van hun periode het positiespel redelijk beheersen. Zij moeten bijvoorbeeld 5 tegen 2 of 5 tegen 3 kunnen spelen. Door de doelen en het veld te veranderen kan de trainer dit proberen te bereiken.

 

 

 

Ook nu weer een paar voorbeelden:

 

 

 

·                     Een veld dat lang en smal is: spelers worden gedwongen om snel diep te spelen. (attendeer de spelers op het  buitenspel lopen)

·                     Een veld dat kort en breed is: spelers worden gedwongen de breedte van het veld te gebruiken.

·                     Een partij, waarbij beide teams meerdere doelen moeten verdedigen: spelers worden gedwongen goed samen te werken en zullen overzicht moeten houden.

·                     Een partij met grote doelen zonder keepers: spelers zullen te vaak schieten en zullen kort moeten verdedigen, om niet gauw een kans weg te geven.

 

 

 

Tot dusver de belangrijkste zaken  die bij de D- leeftijdscategorie van belang zijn. Tot slot nog even iets over een specifieke vaardigheid: Het koppen.

 

 

 

Het is raadzaam om pas op deze leeftijd hiermee te beginnen. Jongere spelers ervaren koppen (omdat het nog niet goed gebeurt) meestal als iets pijnlijks (als het al niet gevaarlijk voor de gezondheid is) en daardoor ontstaat er vaak een angst voor het koppen. Bij de D- spelers moet daarom het laten kennis nemen met het koppen geheel gericht zijn op het wegnemen van die angst, dus: lichte (eventueel plastic) ballen gebruiken, goed aangeven hoe er gekopt moet worden (met het voorhoofd, ogen open, vanuit de romp en schouders, niet knikken met de nek, los van de grond, enz.), nooit langer dan zo'n 10 minuten doorgaan, zelf ballen laten opgooien. (komen namelijk minder hard aan).

 

 

 

Doelstelling:

 

 

 

·                     Verbeteren van de techniek in spel- en wedstrijdvormen.

·                     Uitbreiden van de tactische kennis rondom vrijlopen, samenspel en verdedigen.

·                     Spelers aanleren hoe te handelen tijdens balbezit, balbezit tegenstander en wisseling daarvan.

·                     Spelers de posities binnen een 4-3-3- formatie aanleren.

·                     Aanleren alle spelregels  van het voetbal inclusief buitenspel..

 

 

 

3.3             Junioren

 

 

Uitgangspunt voor C-, B- en A- junioren is vooral de wedstrijd. Datgene wat fout gaat in de wedstrijd vormt de inhoud van de training daarna. Om te zien wat er goed en fout in de wedstrijd gaat zal de trainer de  wedstrijd moeten kunnen lezen.

 

 

Daarbij moet hij vooral letten op de drie belangrijkste momenten:

 

1.                 Balbezit

_          Hoe is het vrijlopen bij balbezit?

_          Zijn alle individuele acties gerechtvaardigd?

_          Hoe is het onderlinge coachen?

_          Zijn de passes juist of onvoldoende?

 

2.                 Balverlies

_          Wat doet de speler die het dichts bij de tegenstander met de bal is?

_          Wat doen de andere spelers?

_          Reageren alle linies defensief of wordt het veroveren van de bal aan enkele overgelaten?

_          Hoe wordt er verdedigd? (afwachtend of actief) etc.

 

3.                  Moment van balwisseling

_          Wat is de directe oorzaak van balverlies?

_          Hoe reageren de spelers rondom de bal?

_          Hoe is het vrijlopen op het moment van balherovering?

_          Hoe verloopt de omschakeling in het algemeen? (actief of niet)

 

 

3.3.1       De C- junioren

 

Kenmerken:

 

Deze 12- tot 14 jarigen zijn in een fase terechtgekomen, waarin de onderlinge lichamelijke en ook geestelijke verschillen erg groot kunnen zijn. Ze raken in de puberteit, de lengtegroei gaat ineens veel sneller en de bewegingen lijken soms wat minder gecoördineerd.(alsof ze zichzelf minder goed onder controle hebben).

 

Daarnaast zijn ze veel met zichzelf bezig, begrijpelijk, want er gebeurt nogal wat met hun lijf. Dar allemaal brengt met zich mee dat ze heel wisselend kunnen reageren op anderen. Ze zetten zich soms af tegen alles wat het gezag vertegenwoordigt, zoals ouders, school en dus ook de trainer. Wanneer het zich bij het ene kind veel meer voordoet dan bij het andere, ben je als trainer snel geneigd om negatief te reageren, terwijl je zulk gedrag dan beter kunt negeren.

 

De interesses van de spelers kunnen ook nogal eens veranderen. Het ene moment willen ze niets van training weten, het andere moment willen ze niets anders. Een extra stimulans van de ouders helpt hierbij. De C- spelers denken vaak zwart-wit en hebben een ongenuanceerde mening, waarmee het soms moeilijk omgaan is.

 

Niet alle spelers ondergaan de puberteit zo heftig, maar die veranderingen doen zich wel bij iedereen voor.

Belangrijk in dit verband met de sterke lichaamsgroei is de blessuregevoeligheid. De spieren kunnen de groei van de botten nauwelijks bijhouden, waardoor ze snel onder grote spanning komen te staan.

Maximaal sprinten, springen en schieten kan dan ook niet meer zonder  een goede warming-up!

 

 

Wat betekenen deze kenmerken voor het geven van de training? Omdat, de coördinatie op deze leeftijd door de snelle lengtegroei nogal wat deuken op kan lopen, is het van belang om op de training geen moeilijke, nieuwe oefenvormen aan te bieden, waarbij de coördinatie juist op de proef wordt gesteld. We moeten ons beperken tot datgene wat in de voorgaande periode is bereikt. Verwacht niet teveel, stel geen hoge eisen, wanneer je ziet dat een speler er grote moeite mee heeft.

 

 

Gezien de geestelijke ontwikkeling die de spelers meemaken, moeten we er juist in de periode dat zij soms zo onzeker zijn voor zorgen dat de bedoelingen op de training erg duidelijk zijn. De trainer moet goed aangeven wat hij wil gaan oefenen en hoe de uitvoering moet zijn. Hij zal, zonder daar diep op in te gaan, duidelijk aan moeten geven wat er goed gaat en wat er fout gaat. Als enkele spelers daar moeite mee hebben en zich gaan afzetten, is het van groot belang dat de trainer niet direct het "conflict" hoog laat oplopen tijdens de training, maar zich wat van zijn diplomatieke kant laten zien. Begrip hebben voor de reacties en het een beetje relatieveren.

 

Iemand op de training keihard aanpakken mag dan voor de trainer bevredigend zijn, voor de speler lost het niets op. Het klinkt  vaak heel tegenstrijdig, maar juist de wat recalcitrante spelers meer belonen bij een goede actie in het veld kan veel meer effect sorteren dan de meeste trainers denken…..De C- speler weet inmiddels heel goed waar het om gaat tijdens de wedstrijd!

 

Dit betekent dat hier ook het moment is aangebroken om op de training wedstrijdgericht te gaan werken. Het coachen moet nadrukkelijk een aanvang nemen. Zo vaak als mogelijk moeten de spelers nu met wedstrijdsituaties geconfronteerd worden. Situaties, waarvan ze kunnen leren en dus beter leren voetballen.

 

De C- speler weet wat er in de wedstrijd van hem gevraagd wordt, hij kan dus tijdens de training de relatie leggen met de wedstrijd. De trainer moet hem daarop aanspreken en hem daarin coachen. De trainingsvormen die dus bij deze categorie toegepast kunnen worden liggen dan ook minder vast dan die bij de pupillen het geval is. Immers, de wedstrijd bepaalt de inhoud van de training. De vaardigheden die bij de pupillen apart geoefend worden, het passen en trappen, het verwerken van de bal en het koppen komen uiteraard nog wel aan de orde, maar ze vormen niet meer de basis van de training. Echter, tijdens de warming-up kunnen ze goed geoefend worden op een verantwoorde manier, zodat de trainer twee vliegen in één klap vangt: hij herhaalt een aantal basistechnieken en hij heeft meteen zijn warming-up gedaan. Nu gaat het erom wat de trainer in de kern van de partij gaat doen.

 

Dit is afhankelijk van het niveau van de groep, maar in het algemeen zijn er bij de C- jeugd een aantal problemen in de wedstrijd die zich bijna altijd wel voordoen, t.w.:

 

1                    De opbouw van achteruit gaat te gehaast, waardoor er snel balverlies wordt geleden.

2                    Bij balbezit wordt er slecht vrijgelopen door de spelers die dicht bij de bal zijn, waardoor er te snel in de diepte wordt gespeeld.

3                    Op het moment dat de ploeg de bal kwijtraakt, wordt er traag gereageerd, zodat de tegenstander rustig kan opbouwen.

 

 

Doelstelling:

 

 

·                     Aanleren van vaardigheden in spel- en wedstrijdvormen (b.v. pass over lengte uitbreiden, wreeftrap).

·                     Verbeteren hoe te handelen tijdens balbezit, balbezit tegenstander en wisseling daarvan.

·                     Verbeteren van de tactische kennis, het positiespel in 4-3-3 formatie.

·                     Geen krachttraining.

·                     Individuele aandacht / verwachtingen niet te hoog.

·                     Aanleren goede warming-up.

 

 

 

 

3.3.2       De B- junioren

 

Kenmerken:

 

Net als bij de C- junioren kunnen, bij de groep van 14- tot 16 jarige, de onderlinge verschillen nog erg groot zijn. Er zitten spelers bij die de versnelde lengtegroei pas inzetten (laatbloeiers) en er zijn erbij die bijna een volwassen postuur hebben. Hetzelfde geldt voor de geestelijke ontwikkeling. Vaak lopen er in deze leeftijdscategorie nog dispensatiespelers rond, zodat je ook hier kan spreken van een gemêleerd gezelschap.. Zeker bij de wat kleinere verenigingen, zoals Woensel is dit bijna altijd het geval. Grotere verenigingen kunnen wat makkelijker selecteren.

 

 

Het verschil met de C- speler is vooral de grotere belastbaarheid. B- junioren kunnen het al wat langer volhouden en zijn beter in staat om hun krachten te verdelen. De "negatieve" fase zoals bij de C- junioren beschreven, is al wat achter de rug. Het trainen op techniek werpt duidelijk al wat meer resultaat af. De spelers hebben meer realiteitszin en zijn goed aanspreekbaar over hun eigen spel en dat van hun team(genoten) . Daarnaast tonen ze ook al inzicht in de oorzaken van de problemen, die zich voordoen in de wedstrijd (tactiek wordt bespreekbaar).

 

 

Voor de training betekent dit dat het "coachen" centraal staat en dat net als bij de C- junioren de wedstrijd het uitgangspunt vormt. De weerstand waarmee gewerkt wordt kan worden vergroot. Hiermee bedoelen wij zaken als: tegenstand, moeilijkheidsfactoren en minder "ideale" omstandigheden bij oefeningen. Dit zal er toe leiden dat er een groter beroep kan /moet worden gedaan op de samenwerking binnen het team.

Waar, bij de lagere jeugd één of twee uitblinkende spelers nog in staat zijn een wedstrijd volledig te bepalen, zal dit bij de B- (en A-) junioren minder het geval zijn.

 

 

Omdat dus, het "coachen" bij deze categorie in toenemende mate belangrijker wordt, enige opmerkingen en "kreten", die bij de B- jeugd meer en meer op hun plaats zijn:

 

 

·                     "Zorgen voor een goede en juiste veldbezetting"

·                     "Zorg dat de spitsen ruimte hebben om aangespeeld te worden, veld "lang" en "breed" houden"

·                     "Speel direct (nu wel) de vrije man aan"

·                     "Pas op voor buitenspel"

·                     "Bij een doelrijpe kans niet meer eerst aannemen (zoals bij de lagere jeugd), maar direct schieten"

·                     Dwing (als aanvaller) de verdedigers tot het maken van een keuze"

·                     "Bij balverlies de opbouw van de tegenpartij storen, maar ook sturen"

 

 

Doelstelling:

 

 

·                     Verbeteren van technische vaardigheden onder meer weerstand.

·                     Tactische vorming vanuit wedstrijdsituaties.

·                     Meer beroep op verantwoordelijkheid met betrekking tot eigen taak.

·                     Verbeteren tactische kennis positiespel 4-3-3- formatie en de taken daarbinnen.

·                     Optimaliseren van de voetbalconditie in spel- en wedstrijdvorm.

 

 

 

3.3.3       De A- junioren

 

Kenmerken:

 

Voor de A- junior is een belangrijke fase aangebroken. Hij staat op het punt over te gaan naar de senioren. Lichamelijk zijn deze 16- tot 18 jarigen ver genoeg om de overstap te maken, maar geestelijk is het best een grote sprong. Er vast aan wennen door regelmatig mee te trainen en mee te spelen kan deze overgang vereenvoudigen. Het verdient ook aanbeveling om de A- junioren zoveel mogelijk  in "groepjes", voor zover het niveau dat toelaat, te laten overgaan.

 

 

Er zijn verenigingen die zelfs een elftal onder de 21 jaar hebben, dat zou volgens sommigen ideaal zijn. Momenteel zijn wij (mede gezien de gesteldheid en het aantal betreffende jeugdspelers bij Woensel het daar niet mee eens…..wellicht in de toekomst wel.

 

 

De A- jeugd heeft een leeftijd bereikt waarin een fase aangebroken is waarbij het voetbalspel op een "volwassen" wijze gespeeld moet gaan worden. Het komt er nu op aan dat de spelers een goed inzicht krijgen in wat hun eigen mogelijkheden zijn. De favoriete positie is nu wel bekend, hetgeen niet wil zeggen dat de spelers slechts op één positie kunnen spelen. Als de speelwijze erom vraagt, zal iedere speler van deze leeftijd begrijpen dat er soms moet worden geschoven. Als het goed is hebben alle spelers tijdens hun jeugdopleiding ervaring opgedaan op andere posities dan hun huidige, zodat er geen probleem behoeft te zijn.

 

 

Voor wat de training betreft geldt hetzelfde als bij de B- junioren. Het coachen is ook hier de basis van de training. Deze is wedstrijdgericht en de spelers van deze leeftijd zullen nu ook gaan ervaren dat factoren als vorm, mentaliteit en doorzettingsvermogen een bepaalde rol kunnen gaan spelen. Op de training mag dit dan ook niet ontbreken.

 

 

De spelers kunnen op dit niveau nog veel leren (ook nog altijd wat de techniek betreft), dus kan daar zowel binnen als buiten de training aandacht aan worden besteed. Net als bij de B- jeugd zal onder andere het positiespel zeker tot de hoofdmoot van de training moeten horen.

 

 

Doelstelling:

 

·                     Optimale toepassing van technische vaardigheden onder hoge weerstand.

·                     Streven naar optimale kennis en toepassing op gebied van techniek en tactiek.

·                     Optimaliseren van de voetbalconditie in spel- en wedstrijdvormen.

·                     Spelers kennen de taken in een 4-3-3 formatie en geven hieraan invulling, elke speler heeft een min of meer vaste positie in deze formatie en kan daarnaast nog op een aantal andere posities uit de voeten.

 

3.4               Meisjes / Dames

 

Ondanks dat in Nederland en dus ook bij Woensel het dames / meisjesvoetbal steeds populairder wordt, is de jeugdopleiding bij het meisjesvoetbal niet te vergelijken met de opleiding bij de jongens.

 

Twee meest belangrijke redenen hiervan zijn:

 

·                     Leeftijdscategorieën zijn anders. Meisjes kunnen (makkelijker)  samen voetballen als er een leeftijdverschil is van een aantal jaren.

·                     Fysieke en mentale ontwikkeling bij meisjes is heel anders dan bij jongens.

 

 

 

Indien bij Woensel het damesvoetbal zich nog verder uitbreidt, zou het wenselijk zijn om t.z.t. een aparte meisjesvoetbal commissie op te richten, die verantwoordelijk is voor begeleiding en opleiding van de meisjes. Liefst zou deze commissie moeten bestaan uit een aantal personen, waarin b.v. de volgende personen vertegenwoordigd kunnen zijn, Jeugdcoördinator, ouder(s), speelsters senioren damesteam, trainer(ster) dames, trainer(ster) meisjes.

 

 

 

Vanzelfsprekend zouden vrouwelijke leider(s) en / of trainer(s) het ideaalste zijn voor een damesteam.

Zij snappen t.o.v. van mannen veel beter wat de dames en meisjes meemaken. Hierbij valt zeker te denken aan de manier van coachen en voor wat betreft het omkleden c.q. douchen. Hier zal de trainer / leider goed na moeten denken hoe te handelen. Het karakter en de visie op het voetbal is bij meisjes nu eenmaal heel anders dan jongens en zal dus heel anders benadert moeten worden. Bij Woensel zijn wij in ieder geval heel trots dat we al een aantal jaren een of meerdere meidenteams in de competitie hebben en hopelijk houden we dat zo.

 

 

3.5               Keepers

 

 

De meest geschikte leeftijd om met een specifieke keeperstraining te beginnen is rond het tiende levensjaar.

En eerder alleen in zeer speciale gevallen. Het is echter beter om tussen 6 en 8 (F- jeugd) en toch ook tussen 8 en 10 jaar (E- jeugd) niet voor een vaste, maar roulerende doelverdediger te kiezen. Op die manier komt iedere speler een keer in het doel te staan. Dit rouleren heeft een aantal voordelen:

 

 

 

·                     Iedereen krijgt enige ervaring met het keepen en een mogelijk talent wordt eerder opgemerkt.

·                     Een keeper moet tegenwoordig ook de technische vaardigheden van het voetballen beheersen.

·                     Mocht een keeper op latere leeftijd genoeg krijgen van het keepen, dan kan hij zonder al teveel problemen worden omgevormd tot voetballer.

·                     Een speler kan op iets hogere leeftijd zelf een beter keus maken of hij / zij al dan niet in het doel wil staan.

 

 

Het rouleren wordt geregeld door de jeugdtrainer en de jeugdleiders van het betreffende team. Zij leiden eigenlijk alle spelers een beetje op tot keeper en geven hun ogen goed de kost om zodoende eventuele keepertalenten op te sporen. In een enkel geval kunnen zij na enige tijd kiezen voor een vaste doelman.

 

 

Het streven is om met specifieke keeperstraining te beginnen in de D- jeugd. Om de E- en F- pupillen ook al te laten wennen met het fenomeen keeperstraining wordt een betreffende keeper van de kleinste jeugd door de trainer apart genomen of zullen alle keepertjes van de E- en/of F- jeugd gezamenlijk apart genomen worden door een keeperstrainer.

 

 

Vanaf de D- pupillen zullen alle technische en tactische vaardigheden van het keepen volgens een bepaald plan worden aangeleerd door een aparte keeperstrainer. De keeperstrainer en de trainer en leiders van het betreffende team zijn samen verantwoordelijk voor de opleiding van de doelverdediger. Zij overleggen regelmatig over de vorderingen van hun keeper en passen het trainingsplan aan als dat nodig is.

Verder vindt één keer per twee maanden een gesprek plaats tussen de Technische Commissie en de keeperstrainer over de vorderingen van de verschillende keepers           

 

 

4.                 Overlegstructuur

 

Schema voor vaste bijeenkomsten en eventuele ad hoc bijeenkomsten:

 

·                     Bij Woensel wordt er door het jeugdbestuur twee keer in de maand vergaderd.

·                     Eventuele commissies vergaderen apart, maar rapporteren aan en tijdens een jeugdbestuursvergadering.

·                     Iedere vergadering heeft een agenda.

·                     Van alle vergaderingen worden notulen gemaakt en aan het belanghebbende kader gestuurd.

 

 

4.1             Technische commissie

 

Schema voor de trainers / leiders bijeenkomsten:

 

A)                 Voor de start van de competitie (eind augustus)

 

·                     Hoe is de bezetting van de teams? Iedereen terug van vakantie?

·                     Welke spelers naar een ander team? Dit n.a.v. eventuele mutaties tijdens de zomerperiode.

·                     Hoe verloopt de voorbereiding op de competitie? Oefenwedstrijden.

·                     Zijn alle materialen in orde (shirts, trainingspakken) ?

 

B)                 Halverwege het najaar (oktober)

 

·                     Hoe verliep de start van de competitie?

·                     Blessures? Hoe vangen we die op?

·                     Verlopen de trainingen volgens plan? Moet er bijgesteld worden?

 

 

C)                 Begin winterstop (december)

 

·                     Evaluatie najaarscompetitie per team.

·                     Individuele spelersbeoordelingen.

·                     Nieuwe teamindelingen, overgang van spelers.

·                     A- junioren die af en toe met de senioren gaan meetrainen en meespelen (i.o.m. de hoofdtrainer)

 

 

D)                 Halverwege het voorjaar (maart)

 

·                     Hoe verliep de herstart van de competitie?

·                     Blessures? Hoe vangen we die op?

·                     Verlopen de trainingen volgens plan? Moet er bijgesteld worden?

 

E)                  Einde seizoen (mei)

 

·                     Evaluatie competitie per team.

·                     Individuele spelersbeoordelingen.

·                     Nieuwe teamindelingen, overgang van spelers.

·                     Deelname aan toernooien en kampen.

·                     Vaststellen personele bezetting voor het komende seizoen.

 

Deze bijeenkomsten zijn bedoeld om de jeugdopleiding te bewaken en om er zorg voor te dragen dat dit jeugdplan ook z'n waarde blijft houden. Dit kan alleen door daarover met elkaar te praten.

 

xxxxxxxxxxxx

 

 

Appendix 1                          Instructies jeugdleiders / trainers Woensel

 

 

 

 

Een belangrijk facet van de voetbalopleiding is de vergroting van de theoretische voetbalkennis, zoal:

 

 

 

·                     De tactiek

·                     Het positiespel (bij 4-3-3).

·                     De taken die spelers hebben.

·                     En last but not least, ook de spelregelkennis.

 

 

Bij slecht weer, als een training normaal niet door zou kunnen gaan, is er de ideale mogelijkheid om hier aandacht aan te besteden. Hetgeen betekent dat wij vinden dat een training dus nooit hoeft te worden afgelast! Dit heeft als voordeel dat er over wel of niet doorgaan van een training dus nooit een misverstand hoeft te bestaan.

 

 

Na elke gespeelde wedstrijd van zijn / haar jeugdteam levert één van de jeugdleiders het wedstrijdformulier in bij de daarvoor bestemde plaats in de bestuurskamer of bij één van de leden van de accommodatiecommissie (bestuurskamerdienst).

 

 

Een aantal taken en verantwoordelijkheden gelden zowel voor jeugdtrainer als jeugdleider. Op de eerste plaats moeten we dan kijken naar de verkeersveiligheid. Met z'n allen dienen we er op te letten dat de jeugdspelers van een degelijke fiets gebruik maken, indien zij niet naar het sportpark worden gebracht.

Verder kunnen we ook controle uitoefenen op de manier waarop onze jeugdspelers naar het sportpark en naar huis toe fietsen. Wij kunnen daarvoor adviezen geven en zelfs regels verplicht stellen. We kunnen wel zeggen "buiten de poort vervalt onze verantwoordelijkheid", maar eigenlijk schieten we dan erg tekort in de begeleiding van onze jeugdspelers.

 

 

Verder is het belangrijk om als jeugdtrainer / jeugdleider na de training of wedstrijd bij de spelers in het kleedlokaal te blijven of in elk geval daarbij in de buurt. Daardoor kunnen vervelende dingen worden voorkomen en de sfeer binnen een team worden verbeterd. Wel dient hij / zij er op te letten dat de spelers ook wel eens willen "roddelen" over de jeugdtrainer en / of leider. Dit hoort er nu eenmaal bij en zullen we moeten accepteren.

 

 

De jeugdtrainer / jeugdleider is medeverantwoordelijk voor het gedrag van zijn spelers. Het zal duidelijk zijn dat alleen in een goed samenspel tussen jeugdtrainers en jeugdleiders het bovenstaande optimaal kan worden uitgevoerd.

 

 

 

Regelmatig overleg zal daarbij onontbeerlijk zijn!